U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / Nieuws / 17 maart 2014

17 maart 2014

Arrest van de Raad van State van 11/02/2014 - Wijziging van het koninklijk besluit van 25/01/2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
Arrest van de Raad van State van 11/02/2014 - Wijziging van het koninklijk besluit van 25/01/2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

Het artikel 159 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren heeft de volgende wijzigingen aangebracht aan de bepalingen van artikel 30 van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen :


1° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :

" De opdrachtgevers van de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarop de bepalingen van artikel 29 van toepassing zijn, zijn vrijgesteld van de toepassing van de voorgaande leden. ";
 

2° een vierde lid wordt ingevoegd, luidende :

" Onverminderd de toepassing van het vorige lid en wanneer de opdrachtgever een aanbestedende overheid is in de zin van artikel 2 van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdracht voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, is zij enkel verplicht om voor te schrijven dat de inschrijvers bij hun offerte het document en de afzonderlijke prijsberekening van het tweede lid, 1° en 2°, voegen, indien de coördinator-ontwerp aantoont dat dit document of deze prijsberekening noodzakelijk is opdat de maatregelen bepaald in het veiligheids- en gezondheidsplan daadwerkelijk kunnen worden toegepast, en voor zover hij de onderdelen verduidelijkt waarvoor dat document of die prijsberekening nodig is. ".

Het voormelde punt 2° heeft betrekking noch op de inhoud van de documenten van de opdracht noch op de verplichting of niet (al naargelang wat het bovenvermelde koninklijk besluit oplegt) om een algemeen veiligheids- en gezondheidsplan te voorzien. Het betreft een eventuele verplichting, ten laste van de inschrijvers, om hun offertes aan te vullen door bijzondere inlichtingen inzake de toepassing van het algemene veiligheids- en gezondheidsplan, indien de documenten van de opdracht zo een plan bevatten.

Arrest van de Raad van State van 11 februari 2014

De toepassing van punt 2° is onlangs het voorwerp van een arrest van de Raad van State (arrest nr. 226.386 van 11 februari 2014, zaak A.211.281/XII-7551) geweest, waaruit namelijk blijkt:

  • dat het feit om het voorleggen van de documenten beoogd in artikel 30, 2de lid, 1° en 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 25 januari 2001 voor te schrijven, in hoofde van de aanbestedende overheid of verplicht, of facultatief is, al naargelang dat de veiligheidscoördinator-ontwerp er het noodzakelijke karakter van – of niet – heeft aangetoond ;

 

  • dat, a contrario, het niet-geven van de expliciete rechtvaardiging door de veiligheidscoördinator-ontwerp de aanbestedende overheid niet wettelijk belet de inschrijvers te verplichten om de documenten beoogd in artikel 30, 2de lid, 1° en 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 25 januari 2001 bij hun offertes te voegen.
     
Conclusie

Kortom moet de aanbestedende overheid, wat betreft de vereiste m.b.t. het voorleggen of niet van deze documenten, voor de coherentie van het geheel van de documenten van de opdracht zorgen. Als zij kiest of, overeenkomstig het bovenvermelde beginsel, verplicht is om het voorleggen van deze documenten door de inschrijvers op te leggen, moet zij op het moment van de analyse van de offertes zich aan de regels houden die zij in de documenten van de opdracht heeft vastgelegd, in toepassing van het algemeen beginsel van transparantie herinnerd in artikel 5 van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten (« patere legem quam ipse fecisti »).

 

Marie-Pascale Fantuzzi - mpu@sprb.irisnet.be