U bent hier: Home / Aanbevelingen en maatregelen inzake de gemeentelijke fiscaliteit

Aanbevelingen en maatregelen inzake de gemeentelijke fiscaliteit

Om de negatieve impact van de gezondheidscrisis als gevolg van het coronavirus op de lokale eco-nomische sector zoveel mogelijk te beperken, achten heel wat gemeenten het noodzakelijk bepaalde fiscale maatregelen te nemen om hun zelfstandigen en handelaars te ondersteunen. Voor de gemeenten die dergelijke maatregelen willen invoeren, geven wij enkele aandachtspunten mee.

Om de negatieve impact van de gezondheidscrisis als gevolg van het coronavirus op de lokale economische sector zoveel mogelijk te beperken, achten heel wat gemeenten het noodzakelijk bepaalde fiscale maatregelen te nemen om hun zelfstandigen en handelaars te ondersteunen; bijvoorbeeld door te kiezen voor een verlaging en/of vrijstelling van bedrijfsbelastingen of een moratorium op het innen van bepaalde belastingen die van toepassing zijn op al hun burgers in 2020.

In elk geval primeert de fiscale autonomie van iedere gemeente.

 

Versoepeling van de lokale fiscaliteit

 

Voor de gemeenten die dergelijke maatregelen willen invoeren, geven wij enkele aandachtspunten mee:

  • Elke wijziging of afschaffing van een belastingreglement valt onder de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.
  • Belastingverlagingen of -vrijstellingen (eventueel beperkt in de tijd) die overwogen worden, moeten bijgevolg gebaseerd zijn op objectieve criteria en overeenstemmen met de beginselen inzake gelijkheid en non-discriminatie.
  • De gemeenteraad kan de toepassing van de geldende belastingreglementen ook voor een bepaalde periode opschorten of de toepassing ervan uitstellen naar een latere datum. De bevoegdheid om deze periode of datum vast te leggen, kan aan het college worden gedelegeerd.

Bovendien moet eraan herinnerd worden dat als de belasting reeds ingekohierd is, de betalingstermijnen van de belasting termijnen van openbare orde zijn waarvan het college niet kan afwijken. De ontvanger kan echter, op eigen verantwoordelijkheid, de lopende inningen versoepelen en vervolgingen inleiden zonder zelf te kunnen afwijken van de wettelijke termijn. Hiertoe kan het college zijn ontvanger meedelen dat hij hem niet aansprakelijk zal stellen als hij niet de nodige stappen neemt om zijn inkomsten binnen de wettelijke termijnen te innen.

Laten we ook niet uit het oog verliezen dat de overgrote meerderheid van de belastingen op economische activiteiten directe belastingen zijn (debieten van dranken, terrassen, uithangborden, bureaus, banken, brandstofpompen, nachtwinkels...). Zo kunnen, in tegenstelling tot de indirecte belastingen (die geïsoleerde en incidentele feiten en handelingen betreffen), reglementen tot invoering van directe belastingen (die permanente situaties en activiteiten voor de duur van het boekjaar betreffen) in de loop van het jaar worden aangenomen of gewijzigd, en met terugwerkende kracht op 1 januari van het aanslagjaar in werking treden. En aangezien deze directe belastingen bijna altijd ingekohierd worden, kunnen deze dus op een latere datum geïnd worden (zie o.a. artikel 4, § 3 van de ordonnantie van 4 april 2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen dat de limiet vaststelt op 30 juni van het dienstjaar dat volgt op het aanslagjaar).

Naast de mogelijkheden om de gemeentelijke belastingen uit te stellen of op te schorten, zouden de gemeenten ook kunnen overwegen de lokale economische sector te ondersteunen door middel van subsidies. Hiervoor moet verwezen worden naar de omzendbrief van 30 november 2006 met betrekking tot de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van toelagen verleend door de gemeenten. Volgens deze wet wordt onder "toelage" verstaan "elke tegemoetkoming, elk voordeel of elke hulp, ongeacht de vorm of de benaming ervan, met inbegrip van de zonder intrest verleende terugvorderbare voorschotten, toegekend ter bevordering van voor het algemeen belang dienstige activiteiten, behalve prijzen verleend aan geleerden en kunstenaars voor hun werken."

De bereidheid van een gemeente om een steunpremie toe te kennen aan lokale bedrijven of verenigingen ter verzachting van het verlies veroorzaakt door de maatregelen die in het kader van de bestrijding van COVID-19 zijn genomen, stemt dus overeen met de vereiste van het algemeen belang. Ook hier moeten de beslissingen door de gemeenteraad worden genomen en moeten ze worden gemotiveerd. De gemeenteraad zou ook een subsidiereglement kunnen aannemen om het algemene kader vast te leggen en het gemeentelijk college zou de daarop volgende toekenningen dan op dit reglement baseren.

 

Opschorting van de dwingende termijnen en beroepstermijnen

 

De gezondheidscrisis zal de burgers waarschijnlijk ook de mogelijkheid ontnemen hun rechten te doen gelden in het kader van administratieve procedures en beroepen.

Om de continuïteit van de openbare dienst, het gelijkheidsbeginsel en de rechtszekerheid te waarborgen, heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om 2 april 2020 een volmachtbesluit (2020/001) aangenomen met betrekking tot de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd.

Zodra dit besluit in werking treedt, zullen deze termijnen vanaf 16 maart 2020 worden opgeschort voor de periode van één maand, die tweemaal met dezelfde periode kan worden verlengd door de Regering indien ontwikkelingen in de gezondheidstoestand dit rechtvaardigen.

 

Wat zullen de gevolgen zijn voor de betaling van gemeentebelastingen en de gemeentelijke fiscale geschillen?
  • De betalingstermijn van de belastingen

Overeenkomstig artikel 4, § 6 van de ordonnantie van 3 april 2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen wordt de kohierbelasting betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

De betalingstermijn van de belastingen zou dus vanaf 16 maart 2020 voor de periode van een maand worden opgeschort, die tweemaal kan worden verlengd.

  • Beroepstermijn bij het college van burgemeester en schepenen

Overeenkomstig artikel 9, § 1 van voormelde ordonnantie kan de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger tegen een belasting, een belastingverhoging of een administratieve geldboete een bezwaarschrift indienen bij het college, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Bijgevolg zou deze termijn van drie maanden voor het indienen van een klacht bij het college, voor zover deze van toepassing is op gemeentelijke fiscale geschillen, vanaf 16 maart 2020 worden geschorst voor de periode van een maand, die tweemaal kan worden verlengd.

 

U mag uw vragen met betrekking tot deze uitzonderlijke situatie rechtstreeks sturen naar dajz.bpb@sprb.brussels.

gearchiveerd onder: