U bent hier: Home / Bijzonderemachtenbesluit betreffende de werking van de gemeentelijke organen

Bijzonderemachtenbesluit betreffende de werking van de gemeentelijke organen

De Regering heeft op 6 april 2020 een besluit vastgesteld in uitvoering van de bijzondere machten die haar zijn toegekend bij ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.

Werking van de gemeentelijke organen in hoogdringendheid

De Regering heeft op 6 april 2020 een besluit (zie infra) vastgesteld in uitvoering van de bijzondere machten die haar zijn toegekend bij ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 (Belgisch Staatsblad 20.3.2020).

 De wijzigingen van de regels betreffende de werking van de gemeentelijke organen worden samengevat als volgt:

 

1. Voorwaarde voor de uitoefening door het college van de bevoegdheden van de gemeenteraad

Het college van burgemeester en schepenen (hierna college) kan alle bevoegdheden van de gemeenteraad zoals vastgesteld  in  de Nieuwe Gemeentewet uitoefenen voor zover dit gemotiveerd kan worden door de urgentie en de dringende noodzaak die voortvloeit uit de pandemie; dit zonder afbreuk te doen aan de politiebevoegdheid van de burgemeester zoals bepaald in de artikelen 133, tweede lid en 134 van dezelfde wet.

Beslissingen die door het college in plaats van de gemeenteraad worden genomen, worden volgens de normale regels aan de toezichthoudende overheid in extenso overgemaakt.

Deze beslissingen worden wekelijks ter informatie overgemaakt aan de gemeenteraad.

Na afloop van de periode van 60 dagen zullen alle beslissingen die door het college in de plaats van de gemeenteraad zijn genomen, onderworpen worden aan de bevestiging (en niet goedkeuring) van een punt op de agenda van de eerste vergadering van de gemeenteraad.

Bij gebreke hieraan hebben de beslissingen van het college geen uitwerking meer.

 

2. Mogelijkheid van virtuele vergaderingen

De vergaderingen van de gemeenteraad en het college kunnen, indien het niet mogelijk is hun leden bijeen te roepen op grond van de door de bevoegde overheden vastgestelde gezondheidsvoorschriften, virtueel worden gehouden, meer bepaald door middel van videoconferenties of het uitwisselen van e-mails.

Wanneer de vergadering van de raad of van het college plaatsvindt op basis van een uitwisseling van e-mails, is de gemeentesecretaris verantwoordelijk voor het telefonisch verifiëren van de authenticiteit van de uitgewisselde e-mails . Hij geeft in het proces-verbaal van de vergadering aan dat hij deze verificatie heeft uitgevoerd. Een dergelijke verificatie moet niet worden uitgevoerd wanneer de vergadering wordt gehouden via videoconferentie.

De beslissingen die worden genomen bij een virtuele vergadering van de raad of het college worden vastgelegd in het proces-verbaal, naar behoren ondertekend door de gemeentesecretaris. Het proces-verbaal vermeldt het kanaal via het welke de virtuele bijeenkomst plaatsvond. De stemmen van elk lid worden vermeld in het proces-verbaal, behalve wanneer de beslissing bij eenparigheid is genomen.

Wanneer de vergadering van het college op virtuele wijze plaatsvindt, moeten de uitnodiging alsook alle documenten met betrekking tot de agendapunten ten minste 24 uur vóór het voor de vergadering vastgestelde tijdstip elektronisch aan de betrokken leden worden meegedeeld. De vergaderingen van de gemeenteraad blijven onderworpen aan de oproepingstermijnen voorzien in de Nieuwe Gemeentewet.

De beslissingen die op deze manier worden genomen, zijn ook onderworpen aan het administratief toezicht volgens de normale regels.

 

3. Vervanging van de mondelinge vragen en interpellaties door schriftelijke vragen

Het recht van de gemeenteraadsleden om mondelinge vragen te stellen, zoals bepaald in artikel 84 bis van de Nieuwe Gemeentewet, en het recht om het college te interpelleren over de manier waarop het zijn bevoegdheden uitoefent, zoals bedoeld in artikel 84 ter van de Nieuwe Gemeentewet, worden vervangen door het recht om schriftelijke vragen te stellen gedurende een periode van 60 dagen te rekenen vanaf 16 maart 2020.

 

4. Delegatie van handtekening voor sommige briefwisseling en documenten

Artikel 109 van de Nieuwe Gemeentewet is aangepast om voor bepaalde briefwisseling en documenten (vast te stellen door de gemeenteraad of het college) een delegatie van handtekening mogelijk te maken aan de gemeentesecretaris of één of meer ambtenaren.

De mogelijkheid om gebruik te maken elektronische handtekening met authentificatie is uitdrukkelijk voorzien.

Via deze link kan je het bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/03 betreffende de werking van de gemeentelijke organen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 raadplegen.

gearchiveerd onder: